leaderboard
10
Een oen wordt midden in de nacht opgebeld. Hij neemt op en na een tijdje schreeuwt hij: "Hoe moet ik dat nou weten? Dat is hier 100 kilometer vandaan!" Nadat hij de hoorn weer heeft neergelegd, vraagt zijn vrouw: "Wie was dat?" "Oh, iemand die wilde weten of de kust veilig was!"
9
Hoe kan je een oen eindeloos bezighouden? Je moet hem in een ronde kamer laten en zeggen: "In de hoek ligt een reep chocolade!"
8
Een man komt thuis met een knoop in zijn zakdoek. Zijn vrouw vraagt: "Waarom heb je een knoop in je zakdoek?" Man: "Ik moet niet vergeten de knoop uit mijn zakdoek te halen!"
7
Een banaan kijkt toe hoe zijn vriend een kuil graaft voor een zwembad. De vriend vraagt: "Waarom graaf je niet mee?" Waarop de andere banaan antwoordt: "Daar krijg ik een kromme rug van!"
6
Mevrouw de Bok woont naast een bijenhouder. Op een dag belt ze bij hem aan en zegt boos: "Eén van uw bijen heeft mij gestoken." Waarop de bijenhouder geruststellend lacht en zegt: "Wijst u maar aan welke, mevrouw, dan zal ik hem straffen."
5
Een oud vrouwtje zit te vissen bij de sloot. Een man vraagt wat zij doet. "Ik probeer mijn toffee op te vissen, die in het water is gevallen." "U mag wel een nieuwe van mij hebben," zegt de man vriendelijk. "Nee dank u," zegt het vrouwtje, "mijn kunstgebit zit nog aan die toffee vast!"
4
Jantje en Truusje moeten van moeder boodschappen doen. Terwijl Jantje de supermarkt in loopt, gaat truusje bij de speelgoedwinkel kijken. Als Jantje klaar is met boodschappen gaat hij naar huis. Daar vraagt zijn moeder: "Waar is je zusje? Heb je haar niet meegenomen?" Zegt Jantje: Natuurlijk niet! Zij stond niet op de lijst!"
3
Twee kikkers zitten in de achtbaan. Zegt de een tegen de ander: "Ben je misselijk?" "Nee, hoezo?" "Nou, je ziet nogal groen!"
2
Jantje gaat met zijn moeder naar de slager en krijgt een plakje worst. Zegt zijn moeder: "En wat zeg je dan tegen die meneer?" Antwoordt Jantje: "Mag ik er nog een?"
1
Een man en een vrouw lopen in een museum. "Jan, moet je kijken was een afgrijselijk schilderij!" Zegt de man: "Miep, zet je bril op en kom voor die spiegel vandaan!"
53
Twee mensen liggen te zonnen op het strand. Dan komt de badmeester uit het water. Zegt de ene tegen de andere: "Die badmeester let wel heel goed op!" "Ja," zegt de andere, "hij redt zelfs vissen uit het water!"
52
Er was een vrouw bij de dokter. Ze zei: "Dokter, ik heb al 7 weken last van mijn been." Dokter: "Ja dat komt door de ouderdom." Vrouw: "Maar dat kan niet, want mijn andere been doet geen pijn en dat is even oud!"
51
Als de dierenopzichter 's ochtends bij de dierentuin komt, spreekt zijn baas hem woedend toe: "Je bent gisteren vergeten de deur van de leeuwenkooi dicht te doen!" Zegt de opzichter: "Dat maakt toch niet uit? Wie steelt er nou een wilde leeuw?"
50
Jantjes vader is bijna jarig. "Mam," zegt hij, "ik heb zo veel cadeautjes voor papa gekocht dat hij ze niet eens allemaal tegelijk kan dragen." Moeder: "Oh, wat heb je dan gekocht?" Jantje: "Twee stropdassen."
49
Jantje tegen Keesje: "Weet jij het verschil tussen een koe en een brievenbus?" Keesje: "Nee?" Jantje: "Dan kun je beter geen postbode worden!"
48
Marlies en Klaartje praten over hun toekomst. "Mijn grote droom is een miljoen per maand te verdienen. Net als mijn vader," vertelt Marlies. "Wat?" roept Klaartje uit. "Verdient jouw vader een miljoen per maand?" "Nee, maar hij droomt er wel van!"
47
Drie kinderen komen elkaar tegen en beginnen over hun moeders te praten. Het eerste kind zegt: "Mijn moeder is als een sportwagen. Ze is mooi en elegant." Het tweede kind zegt: "Mijn moeder is als een jeep. Ze is stoer en snel." Het derde kind zegt: "Mijn moeder is als een ziekenwagen. Ze zegt altijd: 'Doe-dit! Doe-dat'!"
46
Jan en Piet zitten samen in een café. Jan roept: "Een rondje van IKKE!" Zegt Piet: "Nee, dat moet zijn, een rondje van mij!" Antwoordt Jan: "Ook goed!"
45
Alle kinderen in de klas moeten tekenen. Komt de meester bij Jantje langs. "Waarom heb jij niks getekend?" "Dit is een koe in de wei, meester!" "Waar is het gras dan," vraagt de meester? "Dat heeft de koe opgegeten," antwoordt Jantje. "En waar is de koe dan?" "Denk je nou echt dat een koe in een weiland blijft staan waar geen gras is?"
44
Jantje zit wat somber aan de ontbijttafel. "Waarom kijk je zo sip, Jantje?" "Ik moest vandaag om 6 uur naar het toilet." "Wat maakt dat nou uit, Jantje?" "Ik werd pas om 7 uur wakker!"
43
Twee motten houden een praatje in de kleerkast: "Wist jij dat er drie schapen nodig zijn voor één trui?" "Echt? Ik wist niet dat schapen kunnen breien!"
42
Er woont een oma in de straat die iedere dag nootjes uitdeelt aan kinderen. Op een dag vraagt een kind: "Eet u die nootjes zelf niet?" "Nee," zegt oma, "ik vind ze te hard." Vraagt het kind: "Maar waarom koopt u ze dan?" Oma: "Ik vind de chocola eromheen zo lekker."
41
Jantjes moeder zegt: "Ga jij even naar de winkel om een pak halfvolle melk te halen, Jantje!" Dus Jantje gaat naar de winkel en zegt tegen de verkoper: "Mag ik een pak halfvolle melk?" "Oh, sorry," zegt de meneer, "wij hebben alleen nog maar volle melk!" Waarop Jantje zegt: "Nou, dan giet u de helft er maar uit!"
40
Twee ballonen vliegen door de woestijn. Roept er één: "Kijk uit voor die cactussssssss!"
39
Kim zit in de klas. Ze vraagt aan de meester: "Heeft u gisteren varkensvlees gegeten?" Meester: "Ja, hoezo?" Kim: "Uw maag knort!"
35
Een oud vrouwtje zit te vissen bij de sloot. Een man vraagt wat zij doet. "Ik probeer mijn toffee op te vissen, die in het water is gevallen." "U mag wel een nieuwe van mij hebben," zegt de man vriendelijk. "Nee dank u," zegt het vrouwtje, "mijn kunstgebit zit nog aan die toffee vast!"
34
Er zitten drie mensen op een eiland. Komt er opeens een geest aan, die zegt: "Wens iets en het zal uitkomen!" De ene man zegt: "Ik wens dat ik weer thuis ben!" De andere man wenst hetzelfde. De derde zegt: "Het is hier zo saai. Ik wens dat ze weer terug zijn!"
33
Een boer zegt tegen zijn knecht: "Jannes, ga eens een doosje lucifers halen." Na een paar minuten komt Jannes terug. De boer wil een kaars aansteken, maar de lucifers doen het niet. Waarop Jannes zegt: "Wat raar, onderweg deden ze het allemaal nog!"
32
Twee honden lopen in een woestijn. Zegt de een tegen ander: "Als we niet gauw een boom tegenkomen doe ik het in mijn broek!"
31
De juffrouw zegt tegen iedereen in de klas: "Je moet voor morgen 100 bladzijden lezen en je boek meenemen." Jantje komt de volgende dag terug met een boek van 10 bladzijden. Zegt de juffrouw: "Jantje, je moest 100 bladzijden lezen". Zegt Jantje: "Ja, maar ik heb deze 10 bladzijden 10 keer gelezen!"
31
Er zit een jongen in de trein met zijn schoenen op de bank. Ineens komt de conducteur binnen. "Ja, zeg," zegt de conducteur, "doe je dat thuis ook altijd?" "Nee," zegt de jongen, "want we hebben thuis geen trein."
26
Jantje gaat naar school en vraagt: "Juffrouw, word je gestraft voor iets wat je niet gedaan hebt?" De juffrouw zegt: "Nee, waarom vraag je dat?" "Omdat ik mijn huiswerk niet gemaakt heb."
25
Er zit een jongen in de trein met zijn schoenen op de bank. Ineens komt de conducteur binnen. "Ja, zeg," zegt de conducteur, "doe je dat thuis ook altijd?" "Nee," zegt de jongen, "want we hebben thuis geen trein."
24
Een meneer koopt "Shampoo zonder roos", want hij heeft verschrikkelijk veel last van roos. Na het douchen is de roos nog niet weg. Hij gaat terug naar de winkel om te klagen en zegt: "Ik heb erg last van roos en de shampoo hielp niet". Zegt de winkelier: "Maar meneer, het was shampoo zonder roos en er zat toch geen roos in de shampoo?".
23
Een oen vraagt aan een andere oen: "Als jij raadt hoeveel koekjes er in de trommel zitten, mag je ze alledrie hebben."
20
Twee zandkorrels lopen door de woestijn. Zegt de een tegen de ander: "Volgens mij worden we gevolgd!"
19
Jantje en zijn moeder zijn bij de slager. De slager: "Jantje, wil je een stukje wost?" Jantje: "Ja." Moeder van Jantje: "Jantje wat zeg je dan?" Jantje: "Mag ik er nog een?"
18
Jantje komt bij een doe-het-zelf-zaak en vraagt om spijkers. De man achter de balie zegt: "Hoe lang moet je ze hebben?" Antwoordt Jantje: "Hoe lang kan je ze missen?"
17
Vader tegen Jantje: "Nou, wat heb jij een blauw oog, hoe heb je dat zo gekregen?" Jantje: "Dat heb ik niet gekregen! Daar heb ik hard voor moeten vechten!"
16
Er komt een vis bij de dokter. Zegt de dokter: "Oh, ik zie het al: uit de kom!"
15
Jantje neemt elke dag dropjes mee voor de meester. Op een dag heeft Jantje geen dropjes bij zich. Vraagt de meester: "Jantje, waarom heb je geen dropjes bij je?" "Sorry meester, maar m'n konijn is dood."
14
Twee mannen zitten te vissen. Eentje gooit een broodje in het water, maar dat mag niet. Dan komt de politie. Hij zegt tegen de anderen man: "Heeft hij dat broodje met opzet in het water gegooid?" Zegt de man: "Nee agent, met pindakaas!"
13
"Welke mensen hebben het langst geleefd, Peter?" vraagt de meester. "Cameramannen, meester!" antwoordt Peter. "Peter, hoe kom je op zo'n dom antwoord?" zegt de meester. "Ik heb gisteren een film over dinosaurussen van 8 miljoen jaar geleden gezien, meester," zegt Peter.
12
Een vrouw komt met klachten bij de oogarts. Deze laat haar de letterkaart lezen. Waarop de vrouw zegt: "Kunt u het mij voorlezen, dokter? Ik zie namelijk zo slecht."
11
Een goochelaar wordt geïnteviewd. Inteviewster: "Hoe lang bent u al goochelaar?" Goochelaar: "18 jaar". Interviewster: "Heeft u zussen?" Goochelaar: "Ja, drie-en-een-halve."
10
Twee oenen kijken naar iemand die aan het waterskiën is. Dan vraagt de ene oen aan de andere: "Waarom gaat die boot zo hard?" Dan zegt de andere oen: "Zie je dan niet dat-ie achtervolgd wordt?"
9
Een biggetje vraagt aan zijn moeder: "Mams, moet ik voor het eten mijn pootjes wassen met zeep?" "Zeep?" roept de zeug kwaad. "Zeep? waar heb je dat vieze woord geleerd? Ga onmiddellijk je mond spoelen met modder!"
8
Mieke is in de vijver gevallen. Een man redt haar op het laatste nippertje. "Kun je niet zwemmen?" "Jawel, maar op dat bord staat verboden te zwemmen!"
6
"Deze nacht zat er een kwispel op mijn dak!" "En wat is een kwispel?" "Hoe kan ik dat nu weten? Dacht je soms dat ik zomaar 's nachts uit bed ben gekomen om op het dak te kijken wat een kwispel is?"
5
Kees: "Ik ben blij dat ik niet in China geboren ben. Jan: "Hoezo?" Kees: "Nou, ik spreek geen woord Chinees!"