leaderboard
Delen via: Delen op Hyves Delen op Facebook Delen op Twitter Delen via Email

DE STAM

Eerst kijken we naar de stam van het werkwoord. Je moet dan het hele werkwoord nemen en -en eraf halen. Als voorbeeld nemen we het werkwoord "krijgen". De stam daarvan is dus 'krijg'.
TEGENWOORDIGE TIJD

Enkelvoud
Als je het werkwoord met ik wilt gebruiken hoef je niets achter de stam te zetten. Dus: ik krijg.
Bij je of jij komt er een t achter, maar niet als het een vraag is! Het is dus: jij krijgt, maar krijg jij?

Bij hij, zij, het, maar ook bijvoorbeeld bij Donald Duck, de meester, de kat, komt er ook een t achter. Dus bij krijgen wordt het dan:

hij krijgt
zij krijgt
meester Warbol krijgt
Bij andere werkwoorden is het soms wat lastiger, zoals bij "vinden". De stam is hier vind. Bij de je- of hij-vorm hóór je geen extra t, want die spreek je al uit door de d in de stam. Maar toch is hij er echt! Dus het wordt:

je vindt
vind je?
hij vindt
vindt hij?

Deze regels worden eigenlijk samengevat in dit grappige zinnetje:
Ik krijg geen "t", maar hij en zij wel! En jij ook, maar níet als je erom vraagt!

Meervoud
Als het om meer mensen, dieren of dingen gaat, gebruik je de meervoudsvorm. Dat is heel makkelijk, want dat is gewoon het hele werkwoord:

Wij krijgen
jullie krijgen
De neefjes (zij) krijgen.

Simpel toch?
VERLEDEN TIJD

Bij de verleden tijd komt er vaak "te/ten" of "de/den" achter de stam. Om nou te bepalen wat het wordt kun je bijvoorbeeld 't kofschip of 't fokschaap gebruiken. Staat de laatste letter van de stam in een van deze twee woorden, dan eindigt de verleden tijd van het werkwoord op "te(n)", maar als de laatste letter niet in 't kofschip of 't fokschaap staat, eindigt het op "de(n)".

Een paar voorbeelden:
Guus lachte Donald uit. (De h staat er namelijk in.)

Bolderbast zette Donalds tuinslang stiekem op een hogere stand. (De t zit er namelijk in.)

Kwik, Kwek en Kwak speelden vroeger wel eens met de poppen van de nichtjes. (De l zit niet in 't kofschip.)

Karel en Clarabella maakten gisteren ruzie over de afwas. (De k zit in 't fokschaap.)

Madam Mikmak toverde de prins in een kikker. (De r zit er niet in.)
HULPMIDDELTJE

Vind je het nou moeilijk om ’t kofschip of ‘t fokschaap te onthouden? Dan heb ik nog een leuke oplossing:


‘t pechfeeksje
!

Denk maar aan Zwarte Magica die altijd pech heeft met het stelen van het geluksdubbeltje. Als de laatste letter van de stam een van de medeklinkers is in ‘t pechfeeksje komt er "te" of "ten" achter de stam. Net als bij 't kofschip of 't fokschaap dus!
LASTIGE WERKWOORDEN

Soms werkt dit regeltje helaas niet omdat de werkwoorden onregelmatig zijn. Dan komt er een klinkerwisseling. Zoals bij het werkwoord "lezen". Het is namelijk "Willie las een boek" en geen "leesde" of "Katrien vond Donald vanavond niet galant" en geen "vindde". Heel jammer, maar de onregelmatige werkwoorden zul je gewoon uit je hoofd moeten leren.


VOLTOOID DEELWOORD

Je kunt ‘t pechfeeksje ook gebruiken als je wilt weten hoe het voltooid deelwoord eindigt. Bijvoorbeeld in deze zin: "Donald heeft jarenlang bij oom Dagobert als muntjespoetser gewerk…" Is het met een d of een t? De stam van "werken" (werk) eindigt met een k, dus een t: het voltooid deelwoord is gewerkt.
Nog drie voorbeelden:

Joe Carioca heeft bij de dames weer achter het net gevist! (De s zit in ’t pechfeeksje.)

Buren hebben bij Ome Dries over zijn flauwe grappen geklaagd. (De g zit niet in ’t pechfeeksje.)

Cornelis Prul heeft vroeger veel maïs gepoft. (De f zit in de ’t pechfeeksje.)